Werkplaatsbeheer instellen

Wil je werkplaatsbeheer gebruiken in zowel de backend als de app? In dit artikel lees je hoe je de module activeert en welke instellingen je kunt configureren.

Werkplaatsbeheer activeren

Ga via het menu naar:

  1. Instellingen

  2. Werkplaatsbeheer

Binnen dit onderdeel kun je de basisinstellingen van de module beheren en bepalen hoe werkplaatsmeldingen worden weergegeven en verwerkt.

Bonsoort en spoedmeldingen instellen

In de instellingen van werkplaatsbeheer kun je aangeven:

  • Voor welke bonsoort(en) het werkplaatsbeheer wordt gebruikt

  • Welke kleur wordt toegepast voor spoedmeldingen

De gekozen kleur wordt gebruikt om spoedmeldingen visueel te onderscheiden van reguliere meldingen, zodat deze direct herkenbaar zijn in het systeem.


Storingen en onderhoud

Binnen werkplaatsbeheer worden storingen en onderhoudsmeldingen apart van elkaar ingesteld. Beide onderdelen kunnen afzonderlijk worden geactiveerd voor zowel de backend als de app.

Bij zowel storingen als onderhoud kun je daarnaast instellen:

  • Welke medewerkers deze meldingen mogen bekijken

  • Welke medewerkers de meldingen mogen oplossen

Zo bepaal je precies wie verantwoordelijk is voor het opvolgen en afhandelen van specifieke werkplaatsmeldingen.

Activatie per onderdeel

In de tabbladen van werkplaatsbeheer kun je per onderdeel aangeven:

  • Of storingen actief zijn in de backend

  • Of storingen zichtbaar zijn in de app

  • Of onderhoud actief is in de backend

  • Of onderhoud zichtbaar is in de app

Hierdoor bepaal je zelf waar en voor wie deze functionaliteiten beschikbaar zijn.


Toepassing in de praktijk

Door werkplaatsbeheer goed in te richten, zorg je ervoor dat meldingen over storingen en onderhoud op de juiste manier worden verwerkt en zichtbaar zijn voor de juiste gebruikers. Dit helpt bij een efficiënte opvolging van werkplaatsmeldingen en een duidelijk overzicht binnen zowel de backend als de app.