Werkplaatsbeheer instellen
Wil je werkplaatsbeheer gebruiken in zowel de backend als de app? In dit artikel lees je hoe je de module activeert en welke instellingen je kunt configureren.
Werkplaatsbeheer activeren
Ga via het menu naar:
Instellingen
Werkplaatsbeheer
Binnen dit onderdeel kun je de basisinstellingen van de module beheren en bepalen hoe werkplaatsmeldingen worden weergegeven en verwerkt.
Bonsoort en spoedmeldingen instellen
In de instellingen van werkplaatsbeheer kun je aangeven:
Voor welke bonsoort(en) het werkplaatsbeheer wordt gebruikt
Welke kleur wordt toegepast voor spoedmeldingen
De gekozen kleur wordt gebruikt om spoedmeldingen visueel te onderscheiden van reguliere meldingen, zodat deze direct herkenbaar zijn in het systeem.

Storingen en onderhoud
Binnen werkplaatsbeheer worden storingen en onderhoudsmeldingen apart van elkaar ingesteld. Beide onderdelen kunnen afzonderlijk worden geactiveerd voor zowel de backend als de app.
Bij zowel storingen als onderhoud kun je daarnaast instellen:
Welke medewerkers deze meldingen mogen bekijken
Welke medewerkers de meldingen mogen oplossen
Zo bepaal je precies wie verantwoordelijk is voor het opvolgen en afhandelen van specifieke werkplaatsmeldingen.
Activatie per onderdeel
In de tabbladen van werkplaatsbeheer kun je per onderdeel aangeven:
Of storingen actief zijn in de backend
Of storingen zichtbaar zijn in de app
Of onderhoud actief is in de backend
Of onderhoud zichtbaar is in de app
Hierdoor bepaal je zelf waar en voor wie deze functionaliteiten beschikbaar zijn.
Toepassing in de praktijk
Door werkplaatsbeheer goed in te richten, zorg je ervoor dat meldingen over storingen en onderhoud op de juiste manier worden verwerkt en zichtbaar zijn voor de juiste gebruikers. Dit helpt bij een efficiënte opvolging van werkplaatsmeldingen en een duidelijk overzicht binnen zowel de backend als de app.